De voeding van Noor Van Veen voor een meerdaagse FKT in de bergen
[French, Nederlands and English below]
Noor Var Veen, onze Nutribay-ambassadrice, vertelt over haar voorbereiding op de 800 kilometer van de Haute Route des Pyrénées (HRP), haar terugblik, ervaringen, voeding en veranderingen.
Vorige maand begon ik aan mijn grootste uitdaging: proberen de 800 kilometer van de Haute Route des Pyrénées (HRP) af te leggen, over de hoogste paden van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee, waarbij ik hoopte de snelste totale tijd ooit neer te zetten. Concreet betekent dit dat ik negen tot tien dagen lang meer dan zestien uur per dag onderweg ben. Het verbeteren van mijn voeding en hydratatie was een essentiële voorwaarde om dit doel te bereiken. Nu de uitdaging voorbij is, wil ik de belangrijkste lessen delen die ik uit deze voorbereiding heb getrokken.
1. Minder is niet altijd meer
Afgelopen winter ging ik naar een sportarts voor een gezondheidscontrole. Hij mat mijn vetpercentage en zei dat ik gewicht kon verliezen. Om dit te benadrukken gaf hij me vervolgens enthousiast twee halters van twee kilo in mijn handen. Afvallen tijdens intensieve trainingsweken is voor mij altijd moeilijk geweest. Daarom brachten zijn adviezen me ertoe een sportdiëtist te raadplegen. Maar haar antwoord verraste me: gezien mijn plannen zag ze absoluut geen ruimte voor mij om af te vallen. Sterker nog, ze adviseerde me om vóór de start wat aan te komen, zodat ik een reserve kon opbouwen.
Steeds meer sportdiëtisten zijn ervan overtuigd dat lichter niet per se beter is, en zeker niet voor vrouwen. Met iets meer gewicht kan het lichaam meer verdragen en grote trainingsvolumes beter verwerken. Die boodschap kwam bij me aan.
2. Voorzie je training van brandstof, maar dan echt
Ik moest dus meer eten, zowel tijdens als buiten de training. Je training van brandstof voorzien is een veelgebruikte slogan, maar het daadwerkelijk doen is een ander verhaal. Door de lange trainingssessies en werkdagen vergat ik regelmatig genoeg te eten. Ik gebruikte gels tijdens de training, maar had nog nooit een koolhydraat geteld.
Met het advies van mijn diëtist heb ik mijn dagelijkse inname de afgelopen maanden aanzienlijk verhoogd. Mijn voedingspatroon ziet er nu als volgt uit: een goed ontbijt, daarna een stevige snack (die ik vroeger lunch zou hebben genoemd), vervolgens een uitgebreide lunch, nog een snack, het avondeten en een kom kwark met muesli en fruit voordat ik naar bed ga. Bij al deze maaltijden probeer ik de voorkeur te geven aan koolhydraten. Op intensieve trainingsdagen streef ik ernaar dat koolhydraten 60% van mijn totale energie-inname uitmaken, ook al is dat behoorlijk moeilijk te bereiken.
Tijdens trainingen van meer dan een uur eet ik elke 20 minuten iets, oftewel ongeveer 80 tot 100 gram koolhydraten per uur. Ik maak weinig onderscheid tussen rustige en intensieve trainingen. Zelfs bij een lage hartslag heeft het lichaam gewoon brandstof nodig.
Hoe pakt dat uit? Dat is moeilijk precies vast te stellen, maar één ding valt op: mijn lichaam lijkt de hoge trainingsbelasting van dit seizoen beter te verdragen. Vooral bij mijn herstel merk ik een verschil. Na intensieve hardloopdagen van 50 tot 80 kilometer voel ik me de volgende dag vaak verrassend fit.
3. Testen, testen, testen
Mijn ervaring met meerdaagse ultras is nog beperkt. Voorheen deed ik mee aan ultras van maximaal 2,5 dag, maar wat ik nu ga doen is van een heel andere orde. Daarom bestond mijn fysieke voorbereiding ook uit meerdere blokken met langeafstandslopen gedurende drie dagen achter elkaar. Dat gaf me meteen de gelegenheid om mijn voedingsplan te testen.
Een van de grootste uitdagingen is dat we op zulke dagen zo lang hardlopen dat we het ontbijt, de lunch en het avondeten overslaan. Tijdens ultramarathons tot 30 uur heb ik dit probleem nooit echt gehad: met sportvoeding zoals gels, drankmixen en af en toe een supplement redde ik me prima. Maar nu merk ik het: ik heb honger. Echt honger. Mijn maag verlangt naar iets vullenders. Vooral als je bedenkt dat ik waarschijnlijk ongeveer 8.000 kcal per dag zal verbruiken.
Voor mijn FKT-poging kies ik dus voor een combinatie van sportvoeding (gels, dranken, snoepjes en repen) om voldoende koolhydraten binnen te krijgen, aangevuld met echt voedsel om voor verzadiging en een goede spijsvertering te zorgen. De afgelopen maanden heb ik veel sportvoedingsproducten getest en een lijst samengesteld van mijn favorieten (zie hieronder). Bovendien gaat mijn beste vriendin, die ook uitstekend kan koken, met me mee en bereidt ze licht verteerbare maaltijden: havermout als ontbijt (om mee te nemen), hartige snacks zoals rijstwafels, een stevige lunch om van te genieten en een dubbele portie bij het avondeten.
4. Geef je lichaam iets extra's
Mijn laatste advies: als je veel van je lichaam vraagt, moet je het ook iets geven. En daarmee bedoel ik niet per se voedingssupplementen. Ik neem die in overleg met mijn arts, maar dat is heel persoonlijk en verschilt per persoon. Toch heb ik twee meer algemene dingen ontdekt die ik graag wil delen.
Ten eerste: eiwitten tijdens het hardlopen. Een van de grootste uitdagingen tijdens lange dagen in de bergen is het sparen van je quadriceps, die tijdens lange afdalingen zwaar worden belast. Sommige experts raden aan om tijdens ultrawedstrijden eiwitten in te nemen om spierafbraak te beperken. Tijdens de UTMB van vorig jaar testte ik herstelshakes met het keurmerk ‘veilig voor de sport’ bij de verzorgingsposten. Mijn maag verdroeg dit goed en het leek een enorm verschil te maken: ik spaarde mijn quadriceps en kon de laatste afdalingen beter hardlopen dan het jaar ervoor. Daarom neem ik tijdens de FKT halverwege de dag herstelshakes (met whey en koolhydraten), of telkens wanneer ik mijn team zie.
Ten tweede: kersensap. Een van mijn beste ontdekkingen voor het herstel is om direct na de training kersensap te drinken. Onderzoek toont aan dat zure kersen sterke antioxiderende en ontstekingsremmende eigenschappen hebben. Het wordt ook gebruikt door wielrenners in de Tour de France, en dat overtuigde me om het te proberen. Het is moeilijk te zeggen of het herstel echt aan het kersensap te danken is, maar ik heb het gevoel dat het mijn herstel aanzienlijk versnelt. Bovendien is de smaak fris en aangenaam. Ik gebruik de geconcentreerde shots van 40 ml van 6D Sports Nutrition, verdund met 250 ml water.
Mijn favoriete sportvoeding voor meerdaagse ultrawedstrijden:
-
Precision Fuel & Hydration PF 90-gel : Eigenlijk drie porties PF 30-gel in één hersluitbaar zakje. Neutraal, niet te zoet en handig te doseren. Eén zakje bevat 90 gram koolhydraten.
-
Ta Energy BIO-energierepen: Ik houd er inderdaad niet van om tijdens het hardlopen repen te kauwen. Veel repen zijn te droog of smaken ronduit slecht. Maar na een paar uur red je het niet meer met alleen gels. Na talloze pogingen is dit mijn favoriet: de biologische abrikoos-cashew-energiereep van Ta Energy. Zuur, sappig, klein en niet te zoet. De andere smaken zijn ook goed, maar deze springt eruit.
-
Geleirepen Santa Madre: Eigenlijk zijn het gewoon snoepjes, maar dan met 37 g koolhydraten in een glucose-fructoseverhouding van 1:0,5. Alle smaken zijn lekker, vooral de colavariant (zonder cafeïne). Nog een snoepje dat niet te zoet is: de PF&H PF 30 Chew munt-citroen.
-
GU Energy Caramel Macchiato : Een goede gel om smaakmoeheid tegen te gaan (een bekend concept onder ultrarunners). Ik vind dat hij een goede koffiesmaak heeft en waardeer zijn stevige textuur (dus met water innemen) en cafeïnegehalte. Hij is klein en licht en daardoor altijd gemakkelijk mee te nemen.
-
Baouw Natural Gels : Over de smaak gesproken: deze gels van 30 g zijn echt heerlijk. Ze zijn gemaakt van natuurlijke ingrediënten (60% fruit, agavesiroop, extra vierge olijfolie) en zijn waarschijnlijk gezonder dan de meeste andere gels. Mijn favorieten: Abrikoos-Tijm, Rood fruit-Hibiscus en Perzik-Matcha. Ze zijn erg praktisch en gemakkelijk te openen en weer te sluiten.
Voeding voor een meerdaagse FKT in de bergen
Vorige week begon ik aan mijn grootste uitdaging tot nu toe: de 800 kilometer lange Haute Route des Pyrénées (HRP) proberen te voltooien, over de hoogste paden van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee, met, naar ik hoopte, de snelste cumulatieve tijd ooit. In de praktijk betekent dit dat ik negen tot tien dagen lang meer dan zestien uur per dag onderweg ben. Het verbeteren van mijn voeding en hydratatie was een essentiële voorwaarde om dit doel te bereiken. Nu de race voorbij is, wil ik de belangrijkste lessen die ik tijdens deze voorbereiding heb geleerd, met jullie delen.
1. Minder is niet altijd meer
Afgelopen winter bezocht ik een sportarts voor een check-up. Hij nam mijn vetpercentage op en vertelde dat ik best wat gewicht kon verliezen. Om dat punt kracht bij te zetten, drukte hij me vervolgens enthousiast twee halters van twee kilo in handen. Gewicht verliezen tijdens zware trainingsweken is voor mij altijd lastig geweest, dus zijn advies was voor mij aanleiding om contact te zoeken met een sportdiëtist. Maar haar antwoord verraste me: met mijn plannen in haar achterhoofd zag zij absoluut geen ruimte om gewicht te verliezen. Sterker nog: ze raadde me aan om in de aanloop naar de start juist een beetje aan te komen, om een buffertje op te bouwen.
Steeds meer sportdiëtisten zijn ervan overtuigd dat lichter niet per se beter is, en zeker niet voor vrouwen. Met iets meer gewicht kan je lichaam meer hebben en beter omgaan met grote trainingsvolumes. Die boodschap sloeg aan.
2. Voorzie je training van brandstof, maar dan echt
Ik moest dus meer gaan eten, tijdens het trainen én daarbuiten. Voorzie je training van brandstof is een veelgehoorde kreet, maar het ook echt doen is iets anders. Met combinaties van lange trainingen en werkdagen vergat ik regelmatig voldoende te eten. Tijdens trainingen gebruikte ik wel gels, maar ik had nog nooit koolhydraten geteld.
Met begeleiding van mijn diëtist heb ik de afgelopen maanden mijn dagelijkse inname flink verhoogd. Mijn voedingspatroon ziet er nu ongeveer zo uit: een goed ontbijt, daarna een stevige snack (die ik vroeger als lunch zou hebben bestempeld), vervolgens een grote lunch, nog een snack, avondeten en voor het slapengaan een kom kwark met muesli en fruit. Binnen al die maaltijden probeer ik meer te focussen op koolhydraten. Op zware trainingsdagen streef ik naar 60% koolhydraten van mijn totale energie-inname, al is dat best lastig haalbaar.
Tijdens trainingen van langer dan een uur eet ik elke 20 minuten iets, zo’n 80 tot 100 gram koolhydraten per uur. Daarbij maak ik weinig onderscheid tussen rustige en intensieve sessies. Ook bij een lage hartslag heeft je lichaam gewoon brandstof nodig.
Wat het oplevert? Moeilijk precies aan te wijzen, maar één ding valt op: mijn lichaam lijkt veel beter om te gaan met de hoge trainingsbelasting van dit seizoen. Vooral qua herstel merk ik verschil. Na zware dagen van 50 tot 80 kilometer hardlopen voel ik me de volgende dag vaak verrassend fit.
3. Testen, testen, testen
Mijn ervaring met meerdaagse ultrainspanningen is nog beperkt. Ik liep ultraraces van maximaal 2,5 dag, maar wat ik nu ga doen is van een heel andere orde. Daarom bestond mijn fysieke voorbereiding ook uit een aantal blokken waarin ik drie dagen op rij lange afstanden liep. Dat gaf me meteen de kans om mijn voedingsplan te testen.
Een van de grootste uitdagingen is dat je op zulke dagen zo lang aan het lopen bent dat je eigenlijk het ontbijt, de lunch én het avondeten overslaat. In ultraruns tot 30 uur vond ik dat nooit echt een probleem: met sportvoeding zoals gels, drankmixen en af en toe iets extra’s redde ik het prima. Maar nu merk ik: ik krijg gewoon honger. Echte honger. Mijn maag verlangt naar iets substantiëlers. Zeker als je bedenkt dat ik waarschijnlijk zo’n 8000 kcal per dag zal verbruiken.
Voor mijn FKT-poging kies ik daarom voor een combinatie van sportvoeding (gels, drank, chews en repen) om voldoende koolhydraten binnen te krijgen, aangevuld met echt eten om verzadiging en vertering te ondersteunen. De afgelopen maanden heb ik flink getest met sportvoeding en een favorietenlijst samengesteld (zie onderaan). Daarnaast gaat mijn beste vriendin mee, die toevallig ook heel goed kan koken, en zal zij zorgen voor licht verteerbare maaltijden: overnight oats als ontbijt (onderweg opeten), hartige snacks zoals rijstrepen, een degelijke lunch om even voor te gaan zitten, en een dubbele portie avondeten.
4. Geef je lichaam een beetje extra
Mijn laatste inzicht: als je veel vraagt van je lichaam, moet je het ook iets teruggeven. En dan bedoel ik niet per se supplementen. Die neem ik in overleg met mijn arts wel, maar dat is heel persoonlijk en afhankelijk van het individu. Wel heb ik twee meer algemene dingen ontdekt die ik graag deel.
Ten eerste: eiwitten tijdens het lopen. Een van de grootste problemen tijdens lange bergdagen is het heel houden van je quadriceps, die eraan gaan op de lange afdalingen. Sommige experts adviseren om tijdens ultra’s eiwit in te nemen, om spierafbraak te beperken. Tijdens UTMB vorig jaar experimenteerde ik met ‘safe for sport’-gecertificeerde recovery shakes op crewpunten. Mijn maag kon het goed aan, en het leek een enorm verschil te maken: ik hield mijn quads beter heel en kon de laatste afdalingen beter lopen dan het jaar ervoor. Tijdens de FKT neem ik daarom recovery shakes (met whey en koolhydraten) halverwege de dag of zelfs elke keer dat ik mijn crew zie.
Ten tweede: zure kersensap (tart cherry juice in het Engels). Een van mijn beste ontdekkingen voor herstel is het drinken van kersensap direct na de training. Uit onderzoek blijkt dat zure kers een sterke antioxidatieve en ontstekingsremmende werking heeft. Het wordt ook gebruikt door renners in de Tour de France, en dat gaf voor mij de doorslag om het eens te proberen. Of het echt door het kersensap komt is lastig te zeggen, maar voor mijn gevoel geeft het mijn herstel een enorme boost. En het smaakt ook nog eens best fris en lekker. Ik gebruik de geconcentreerde 40ml-shots van 6D Sports Nutrition, aangelengd met 250ml water.
Mijn favoriete sportvoeding voor meerdaagse ultra-ondernemingen
-
Precision Fuel & Hydration PF 90 Gel: Eigenlijk drie porties PF 30-gel in één hersluitbare verpakking. Neutrale, niet te zoete smaak, en handig dat je kunt doseren. Eén zakje bevat 90 gram koolhydraten.
-
Ta Energy BIO Energy Bars: Toegegeven: ik hou er niet van om repen te kauwen tijdens het lopen. Veel zijn te droog of smaken ronduit slecht. Maar na een paar uur red je het niet meer met alleen gels. Na veel uitproberen is dit mijn favoriet: de Apricot & Cashew BIO Energy Bar van Ta Energy. Zuur, sappig, klein, niet te zoet. De andere smaken zijn ook prima, maar deze steekt erbovenuit.
-
Santa Madre Jelly Bars Eigenlijk gewoon snoep, maar dan met 37 g koolhydraten in een glucose-fructoseverhouding van 1:0,5. Alle smaken zijn lekker, vooral de colavariant (zonder cafeïne). Een ander fijn snoepje dat niet te zoet is: de PF&H PF 30 Chew in mint & lemon.
-
GU Energy Caramel Macchiato: Een goede gel in mijn strijd tegen ‘flavour fatigue’ (een bekend begrip onder ultralopers). Ik vind dat deze een goede koffieachtige smaak heeft en hou van de stevige structuur (dus wel met water innemen) en het feit dat er wat cafeïne in zit. Klein en licht, dus altijd makkelijk ergens bij te steken.
-
Baouw Natural GelsOver smaak gesproken: deze gels van 30 g smaken echt goed. Ze zijn gemaakt van natuurlijke ingrediënten (60% fruit, agavesiroop, extra vierge olijfolie) en waarschijnlijk ook gezonder dan de meeste andere gels. Favorieten: Abrikoos–Tijm, Rood Fruit–Hibiscus en Perzik–Matcha. Heel handig dat je ze gemakkelijk kunt openen en weer sluiten.
[English version]
Voedingsvoorbereiding voor een meerdaagse mountain-FKT
Vorige maand begon ik aan mijn grootste uitdaging tot nu toe: een poging om de 800 kilometer lange Haute Route des Pyrénées (HRP) te voltooien, waarbij ik de hoogste paden van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee zou doorkruisen, hopelijk met de snelste totale tijd ooit. In de praktijk betekent dit dat je negen tot tien dagen lang meer dan zestien uur per dag onderweg bent. Het verbeteren van mijn voeding en hydratatie was een essentiële voorwaarde om dit doel te bereiken. Nu de race voorbij is, wil ik de belangrijkste lessen delen die ik tijdens deze voorbereiding heb geleerd.
1. Minder is niet meer
Deze winter mat een sportarts die ik voor een controle bezocht mijn vetpercentage en vertelde hij me dat ik wat gewicht kon verliezen. Vervolgens gaf hij me enthousiast een paar dumbbells van twee kilo om me echt te laten voelen welk verschil dat zou kunnen maken. Afvallen tijdens zware trainingsblokken is altijd lastig voor me geweest, dus zijn advies zette me ertoe aan contact op te nemen met een diëtist. Maar het antwoord van mijn voedingsdeskundige was duidelijk en verrassend: ik moest geen gewicht verliezen. Sterker nog, ze adviseerde me om te overwegen in de maanden voorafgaand aan de start wat aan te komen, zodat ik een kleine buffer zou opbouwen. Op eliteniveau zijn veel voedingsdeskundigen er nu van overtuigd dat lichter niet beter is — vooral niet voor vrouwen. Een beetje extra gewicht maakt het lichaam veerkrachtiger en beter bestand tegen hoge trainingsvolumes.
2. Voorzie je training dus écht (!) van brandstof
Dus moest ik mijn calorie-inname verhogen — zowel tijdens als buiten de training. Voorzie je training van brandstof is een zin die we voortdurend horen, maar ernaar leven is iets heel anders. Door de lange trainingsuren en mijn werk vergat ik vaak gewoon genoeg te eten. Hoewel ik tijdens de training redelijk consequent gels gebruikte, had ik in mijn leven nog nooit een koolhydraat geteld. Met begeleiding van mijn voedingsdeskundige heb ik mijn dagelijkse inname de afgelopen maanden aanzienlijk kunnen verhogen.
Buiten de training om begin ik mijn dag nu met een goed ontbijt, gevolgd door een stevige snack (die ik vroeger lunch zou hebben genoemd), daarna een uitgebreide lunch, nog een snack, het avondeten en voor het slapengaan een kom kwark met wat granola en fruit. Binnen deze maaltijden richt ik me veel meer op koolhydraten. Op zware trainingsdagen streef ik ernaar dat 60% van mijn totale energie-inname uit koolhydraten komt — al is het niet altijd makkelijk om dat percentage te halen.
Tijdens trainingen neem ik bij elke sessie die langer dan een uur duurt om de 20 minuten voeding in, met als doel ongeveer 80–100 gram koolhydraten per uur binnen te krijgen. Op advies van mijn diëtist maak ik daarbij weinig onderscheid tussen rustige en zware runs. Zelfs bij een lage hartslag heeft je lichaam nog steeds brandstof nodig.
Het is lastig om de effecten van deze veranderingen in mijn dagelijkse calorie- en koolhydraatinname afzonderlijk te bepalen, maar één ding valt op: mijn lichaam lijkt dit seizoen heel goed om te gaan met het grotere trainingsvolume. Vooral in mijn herstel merk ik dat. Na lange trainingsdagen — met afstanden van 50 tot 80 kilometer — voel ik me de volgende dag vaak verrassend fris.
3. Testen, testen, testen
Mijn ervaring met meerdaagse duurinspanningen is nog beperkt. Ik heb ultrawedstrijden tot tweeënhalve dag gedaan, maar niets zoals wat ik nu van plan ben. Daarom bestond mijn fysieke voorbereiding uit verschillende specifieke trainingsblokken met drie opeenvolgende dagen lange duurlopen — maar daardoor kreeg ik ook de kans om met mijn voeding te experimenteren.
Een van de grootste uitdagingen is dat ik elke dag zo lang zal hardlopen dat ik het ontbijt, de lunch en het diner feitelijk oversla. Bij ultrawedstrijden tot 30 uur heb ik dat nooit als een probleem ervaren. Sportvoeding — gels, drankmixen en winegums — was altijd voldoende, met af en toe een extra hap van iets vasts. Maar tijdens deze trainingsdagen merkte ik dat ik echt honger. Mijn maag verlangt naar iets substantieels. Bovendien verwacht ik ongeveer 8.000 kcal per dag te verbranden.
Daarom is mijn voedingsplan voor de FKT-poging opgebouwd rond een combinatie van sportspecifieke voeding (gels, dranken, winegums en repen) voor een constante aanvoer van koolhydraten, aangevuld met gewone voeding voor een verzadigd gevoel en een goede spijsvertering. De afgelopen maanden heb ik veel producten getest en mijn lijst met favorieten verfijnd (zie hieronder). Daarnaast neem ik mijn beste vriend mee — die toevallig geweldig kan koken — om licht verteerbare maaltijden te bereiden: overnight oats als ontbijt (die ik onderweg zal eten), hartige snacks zoals rijstrepen, een uitgebreide lunch waarbij ik rustig kan zitten en een diner met dubbele portie.
4. Geef het lichaam iets extra’s
Mijn belangrijkste conclusie: als je veel van je lichaam vraagt, moet je het ook iets extra’s geven. En dan heb ik het niet over supplementen. Hoewel ik die zelf wel gebruik (in overleg met mijn arts), geloof ik dat de behoeften van iedere sporter anders zijn. Daarom geef ik hier geen algemeen supplementenadvies. In plaats daarvan deel ik twee dingen die mij enorm hebben geholpen en misschien ook anderen kunnen helpen.
Ten eerste: eiwitten tijdens ultralange inspanningen. Een van de grootste uitdagingen bij lange berglopen is het sparen van je quadriceps. Verschillende experts suggereren dat het innemen van eiwitten tijdens wedstrijden kan helpen om spierafbraak te beperken. Vorig jaar tijdens de UTMB probeerde ik veilig voor de sport-gecertificeerde hersteldranken bij hulpposten die toegankelijk waren voor mijn crew. Mijn maag verdroeg ze goed en ze leken een enorm verschil te maken. Ik merkte veel minder spierschade en kon de laatste afdalingen veel beter hardlopen dan het jaar ervoor. Tijdens de FKT ben ik van plan halverwege een hersteldrank met whey-eiwit en koolhydraten te nemen, of indien nodig zelfs telkens wanneer ik mijn crew zie.
Op de tweede plaats: sap van zure kersen. Een van mijn beste ontdekkingen voor herstel is het drinken van geconcentreerd sap van zure kersen direct na de training. Onderzoek uit onderzoek blijkt dat zure kersen sterke antioxiderende en ontstekingsremmende effecten hebben. Profwielrenners in de Tour de France gebruiken het om te herstellen van lange, zware dagen — voor mij reden genoeg om het te proberen. Hoewel het moeilijk is om het precieze effect vast te stellen, heb ik het gevoel dat het mijn herstel aanzienlijk bevordert. Verrassend genoeg vind ik de smaak lekker — fris en gemakkelijk te drinken. Ik gebruik de geconcentreerde zakjes van 40 ml van 6D Sports Nutrition, aangelengd met 250 ml water.
Mijn geteste favoriete sportvoeding voor ultrawedstrijden van meerdere dagen:
-
Precision Fuel & Hydration PF 90 Gel: Eigenlijk drie porties van de PF 30-gel in één hersluitbaar zakje. Ik houd van de neutrale, niet al te zoete smaak en van het feit dat ik grotere porties kan drinken of eruit kan knijpen, afhankelijk van waar ik zin in heb. Eén zakje bevat 90 gram koolhydraten.
-
Ta Energy BIO energy bars: Ik zal eerlijk zijn: tijdens het hardlopen ben ik meestal geen fan van energierepen waarop je moet kauwen. De meeste zijn veel te droog of smaken gewoon vreselijk. Maar na een paar uur zijn gels alleen niet meer voldoende. Ik heb overal gezocht en eindelijk een reep gevonden die ik echt lekker vind: de Apricot & Cashew BIO Energy Bar van Ta Energy. Hij is lichtzuur, chewy, vochtig, klein — en niet overdreven zoet. De andere smaken zijn ook geweldig, maar deze is mijn favoriet.
-
Santa Madre Jelly Bars: Eigenlijk snoep, maar met 37 g koolhydraten in een glucose-fructoseverhouding van 1:0,5. Ik vind ze allemaal lekker, vooral de colasmaak (zonder cafeïne). Een andere geweldige ‘snoepachtige chew’, die veel minder zoet is, is de Precision Fuel & Hydration PF 30 Chew met munt- en citroensmaak.
-
Gu Energy Caramel Macchiato: In mijn voortdurende strijd tegen smaakmoeheid is dit een heel goede optie. Ik ben dol op de koffieachtige smaak, de dikke textuur (je wilt er water bij drinken) en de cafeïnekick. Hij is ook klein en licht — gemakkelijk mee te nemen tijdens elke run.
-
Baouw Natural Gels: Over smaak gesproken: deze gels met 30 g koolhydraten zijn echt lekker. Ze zijn gemaakt van volledig natuurlijke ingrediënten (60% fruit, agavesiroop en extra vierge olijfolie), smaken beter en zijn waarschijnlijk gezonder dan de meeste gels. Mijn favorieten zijn abrikoos–tijm, rood fruit–hibiscus en perzik–matcha. Ze zijn bovendien gemakkelijk te openen en opnieuw te sluiten.